Werkgever heeft recht op terugwerkende kracht sectorindeling

De mogelijkheid om een wijziging in de sectorindeling tot maximaal vijf jaar terugwerkende kracht te geven is met terugwerkende kracht ingetrokken. De Hoge Raad ziet in deze beleidswijziging een schending van het eigendomsrecht.

Een bv was met ingang van 1 januari 2006 voor de toepassing van de sociale verzekeringen ingedeeld in sector 41 (Groothandel I). Op 29 augustus 2018 verzocht de bv om wijziging van de sectorindeling met ingang van 1 januari 2013 naar sector 10 (Metaalindustrie). Via een beschikking van 1 juni 2019 deelde de inspecteur de bv in sector 10 in. Dit gebeurde met tot 1 september 2018 terugwerkende kracht. De bv meende echter dat de indeling in sector 10 moest terugwerken tot 1 januari 2013. Zij verwees naar het beleid van de fiscus om aan een wijziging van een sectorindeling maximaal vijf jaar terugwerkende kracht toe te kennen. Als de sectorwijziging al vanaf 1 januari 2013 zou gelden, zou de bv recht hebben opeen premieteruggaaf van € 332.287. 

Gerechtvaardigde reden intrekking met terugwerkende kracht?
Maar Hof Den Bosch verklaarde het beroep van de bv ongegrond. Het beleid waarnaar de bv verwees was met tot 29 juni 2018 terugwerkende kracht komen te vervallen. Het hof zag in deze terugwerkende kracht geen ongerechtvaardigde schending van het eigendomsrecht. De wetgever verwachtte namelijk dat veel werkgevers de mogelijkheid tot wijziging van de sectorindeling met terugwerkende kracht wilden benutten. Dit bracht het risico dat de hoeveelheid aan verzoeken een te grote belasting op de capaciteit van de Belastingdienst zou leggen. Bovendien moesten de nadelige gevolgen van het wachten met het indienen van het verzoek tot wijziging van de sectorindeling voor rekening en risico van de bv te komen.

Herstel van rechtswege
In een cassatieprocedure verwerpt de Hoge Raad de redenering van het hof. Het wettelijk systeem houdt in dat de sectoraansluiting van rechtswege plaatsvindt. De inspecteur moet daarom foutieve sectorindelingen zoveel mogelijk herstellen. Ook moet hij de gevolgen van een onjuiste sectorindeling zoveel mogelijk ongedaan maken. Het risico dat veel werkgevers een wijziging met terugwerkende kracht aanvragen, is daarom geen reden om het eigendomsrecht aan te tasten. Dat een werkgever op de hoogte kon zijn van de onjuiste sectorindeling en eerder om wijziging van de sectorindeling had kunnen verzoeken, maakt dat niet anders. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de bv gegrond en verwijst de zaak naar Hof Arnhem-Leeuwarden.
Verdrag: art. 1 EVRM
Wet: art. 97, tweede lid Wfsv

Bron: Taxence/Hoge Raad 24 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1239, 20/02576
Door: Remco Latour

Deze website gebruikt cookies om de website te analyseren en te verbeteren. Klik hier voor meer informatie over cookies.